Ga naar de inhoud

8.2 Drie gevallen waarin we de hoofdregel niet toepassen

uitsluiting 8.B

Als het linkerdeel van de samenstelling al eindigt op -en, is er geen echte tussenklank. We behouden de schrijfwijze van dat deel.

  • havengebied
  • keukentafel
  • molensteen

uitsluiting 8.C

In sommige samenstellingen kunnen we de samenstellende delen nauwelijks of niet herkennen. We noemen ze versteende samenstellingen. Andere woorden zijn slechts in schijn samenstellingen. Op deze woorden passen we de regel niet toe.

Voorbeelden:

  • apegapen (op - liggen)
  • apekool
  • apelazarus (zich het - werken)
  • apezuur (zich het - werken)
  • bakkebaard
  • bolleboos
  • bruidegom
  • bullebak
  • duimelot
  • deuvekaters
  • elleboog
  • hazewind
  • kakebeen
  • kattebelletje (haastig geschreven briefje)
  • kinnebak
  • klerezooi
  • koekepeer
  • kruizemunt
  • ledemaat
  • nachtegaal
  • petekind
  • pierement
  • pierewaaien
  • redekaveling
  • rederijker
  • ruggespraak
  • scharretong
  • schattebout
  • sikkepit(je)
  • stedehouder
  • takkewijf
  • wielewaal
  • zinnebeeld
  • zottebollen

Bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.

uitsluiting 8.D

Sommige samenstellingen zijn ontstaan doordat een woordgroep* aan elkaar is gegroeid. Vaak hebben de zelfstandige naamwoorden een oude naamvalsvorm. Dat bepaalt de schrijfwijze.

  • 's anderendaags
  • goedendag
  • grotendeels
  • inderminneregeling
  • ingebrekestelling
  • meestentijds
  • merendeel
  • ondercurateleplaatsing

Bij twijfel geeft de Woordenlijst uitsluitsel.