Kijk voor taaladvies op Taaladvies.net
Aardrijkskundige namen op Taaladvies.net
Meer taalhulp nodig?
Op Taalunieversum.org
De Woordenlijst Nederlandse Taal is in boekvorm te koop als het Groene Boekje.
Zoek naar in de

8.3 drie uitzonderingen op de hoofdregel

uitzonderingsregel 8.E

Als het linkerdeel van een samenstelling verwijst naar een persoon of zaak die in de gegeven context uniek is, schrijven we -e.

Het gaat uitsluitend om de samenstellingen met Onze-Lieve-Vrouw of (onze)lievevrouw, met zon, maan en hel.

  • Onze-Lieve-Vrouwekerk, onzelievevrouwebedstro, lievevrouwebeestje
  • zonnestraal, zonnebank, zonnegod
  • maneschijn
  • hellevuur, helleveeg

Ook de woorden Koninginnedag, Koninginnefeest en koninginnenacht schrijven we zonder tussen-n.

Maar met tussen-n: koninginnensoep, koninginnenhapje, koninginnenrit.

uitzonderingsregel 8.F

Als het linkerdeel van een samenstelling een versterkende betekenis heeft en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord, schrijven we -e.

Het gaat om deze woorden en andere die op dezelfde wijze worden gevormd:

  • apetrots, apezat
  • beregoed, beresterk, beretrots
  • boordevol
  • pikkedonker
  • retegoed, reteslim
  • reuzeleuk, reuzemooi, reuzegroot, reuzeklein
  • stekeblind

De hoofdregel geldt wel voor woorden als huizenhoog, mijlenver, urenlang. Het gaat hier om combinaties waarbij het linkerdeel een soort eenheid aangeeft: zoveel huizen hoog, zoveel mijlen ver.

Bijvoeglijke naamwoorden zoals ravenzwart en flessengroen vallen ook onder de hoofdregel, alsook samengestelde zelfstandige naamwoorden zoals apenstreken, berenhol, leeuwenmoed, reuzenhuis. We denken in deze gevallen aan een vergelijking: glanzend zwart zoals een raaf; streken als van een aap; zo veel moed als een leeuw; een huis zo groot als van een reus.

Een samenstelling waarin reus letterlijk genomen moet worden, schrijven we ook volgens de hoofdregel: een reuzenstoet (een stoet waarin reuzen worden meegedragen).

Samenstellingen zoals klassespeler, klotefilm en reuzemop schrijven we met e omdat we het linkerdeel beschouwen als een bijvoeglijk naamwoord. Volgens de hoofdregel krijgt dat geen tussen- n.

uitzonderingsregel 8.G

Als een zelfstandig naamwoord dat een persoon aanduidt een vrouwelijke nevenvorm heeft die alleen verschilt van de mannelijke door een achtervoegsel* -e, dan gaan we voor de regels voor de tussenklank /ə(n)/ uit van de mannelijke vorm. We schrijven de tussenletters -en.

Als we een woord als studentenkamer schrijven, gaan we dus niet uit van de meervoudsvorm studentes, die alleen geldt voor het enkelvoud studente. We nemen de mannelijke vorm, die als sekseneutraal wordt beschouwd, en schrijven studentenkamer, zelfs al wonen er alleen studentes, en studentenzwangerschap, ook al kan het alleen gaan om een studente. Hetzelfde geldt voor agentenopleiding, waar we de meervoudsvorm agentes buiten beschouwing laten.