Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst » leidraad » inrichting van de woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap

Inrichting van de Woordenlijst

Selectie van de trefwoorden en woordvormen

De Woordenlijst van de Nederlandse Taal bevat een lijst van ruim 100.000 trefwoorden. Van die 100.000 trefwoorden zijn er, in vergelijking met de woordenlijst van 1995, ca. 6000 nieuw. Het gaat dan met name om Surinaams-Nederlandse woorden, Belgisch-Nederlandse woorden, Engelse samenstellingen en werkwoorden, woorden uit het domein van de informatie- en communicatietechnologie, afkortingen en, dat spreekt voor zich, nieuwe woorden voor nieuwe begrippen.

In de woordenlijst zijn zowel zeer frequent gebruikte Nederlandse woorden opgenomen als een grote hoeveelheid problematische woorden, dat wil zeggen woorden die vanuit spellingoogpunt moeilijk zijn, zoals bepaalde uitheemse woorden en woorden die met een specifiek maatschappelijk domein verbonden zijn. Dat alles heeft tot gevolg dat er niet alleen op basis van frequentie (f), spreiding (s) en periode (p) is geselecteerd (fsp-lijst), maar ook op basis van spellingprobleem (spellinglijst) en domein of specialiteit (domeinspecifieke lijst).

Bij het samenstellen van de fsp-lijst werden nagenoeg dezelfde beperkingen aangehouden als die bij de vorige editie werden gehanteerd, met dien verstande dat de periode van voorkomen met 10 jaar is verhoogd (1960-heden) en dat veel meer dan vroeger het geval was tal van woordvormen werden toegevoegd, namelijk vervoegde vormen (o.a. ik waterski, jij deletet, jij doucht, jij crost, jij timet, ik heb geüpdatet, ik deletete, ik bridgede of ik bridgete) en verbogen of afgeleide vormen zoals loucher, louchest, sexyer, sexyst, internetcafeetje, tournedostje, deux-piècesje, jus d'orangeje, safeje, milkshakeje. De fsp-lijst is gefilterd uit onder meer de tekstcorpora die beschikbaar zijn bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, met name bij diens Centrale voor Taal- en Spraaktechnologie (TST-centrale), en uit materiaal dat vrijelijk beschikbaar wordt gesteld op het world wide web.

De spellinglijst bevat, zoals gezegd, vele woorden waarvan de spelling voor een groot aantal taalgebruikers een probleem vormt. Het gaat dan bijvoorbeeld om de spelling van waardeloos, procedé, pincode, Riagg-centrum, 50 eurobiljet, havoër, aerobiccen, geaerobict, aftershavelotion, tabtoets, all-inpakket, sms'je, tai-chiën, twee-eurostuk, jeu-de-boulen, lay-outen, geüpload, getimed etc.

De domeinspecifieke lijst bevat woorden die tot een bepaald maatschappelijk domein behoren.Wij noemen hier zonder uitputtend te zijn politiek en staatsrecht, administratie, geneeskunde, onderwijs en opleiding, informatie- en communicatietechnologie, sport, cultuur en sociale zekerheid. Ook hier opnieuw enkele voorbeelden ter illustratie: tripartiteoverleg, teruggavenbiljet, ja-stem, nv, hangpuntennota, retailbank, m-bankieren, ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), ventrikelfibrilleren, verkoeverkamer, narcosearts, ebolavirus, dollekoeienziekte, creutzfeldt-jakobsyndroom, type 1-onderwijs, mavo 3-leerling, jeugdcellenhuis, vet cool, keinijg, compact disc, internetten, world wide web, publicdomainsoftware, unzippen, back-uppen, e-mailadres, chatbox, 06-nummer, mountainbiken, rummikuppen, après-skiën, darten, fietscrossen, fadozangeres, falafel, boerka, amandelgeest, cassavebrood, chochme, gogme, kasjeren, uitstapregeling, atv-dag, or, hangjongeren, reisbijstandsverzekering, parttimebaan, 65+-kaart, WAO-uitkering, flexwerk, instroom-doorstroombaan.

Van de ruim 100.000 woorden zijn er meer dan 2000 die als Belgisch-Nederlands kunnen worden beschouwd: meemoeder, brugpensioenleeftijd, affrontelijk. Daarnaast zijn er bijna 500 Surinaams-Nederlandse woorden (bijvoorbeeld bacovenwinkel, kasekoband, rotishop, WAM-sticker, dc) en ruim 140 Jiddisje en Hebreeuwse woorden (type bagel, bensjen, dibbes, geniza) opgenomen. Ook werd een ruim aantal uitheemse woorden geselecteerd.

Uit het Engels autoreply, backslash, carjacking, chatroom, cold turkey, desktoppublishing, dragqueen, het Frans coûte que coûte, belle époque, sauve-qui-peut, petanque, jeu de boules, crémant, het Duits fingerspitzengefühl, salonfähig, edelweiss, glühwein, het Italiaans allegretto, cappuccino, ciabatta, tiramisu, het Arabisch boerka, sharia, taboulé en het Japans sushi, tsunami, tsuba, wasabi etc.

De Belgisch-Nederlandse woorden werden getoetst aan een aantal bekende lexica waaronder het Referentiebestand Belgisch-Nederlands van de Nederlandse Taalunie, dat ruim 4000 hedendaagse Belgisch-Nederlandse woorden bevat, en aan de gebezigde woordenschat op Vlaamse websites. Voor de selectie van de Surinaams-Nederlandse woordenschat werd een beroep gedaan op verschillende Surinaamse experts; de geselecteerde lijst hebben we vervolgens getoetst aan krantenedities en ander materiaal dat beschikbaar is op het internet. Bij de samenstelling en de selectie van de lijst Jiddisje en Hebreeuwse woorden werd samengewerkt met de Werkgroep Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands.

Ook bevat de huidige editie van de Woordenlijst vele afkortingen, onder meer bv., bijv., c.q., m.m., ADSL, atv, DDT, gps, ivf, meao, epo, ama, soa, waarbij telkens de uitgeschreven vorm ter verduidelijking wordt gegeven.

In vergelijking met de woordenlijst van 10 jaar geleden zijn er ook vele woorden geschrapt, waaronder een ruim aantal weinig voorkomende onproblematische trefwoorden. Voorts werden enkele dubbelvormen gereduceerd (teckel; tekkel is geschrapt, koosjer; kousjer, kosjer zijn geschrapt). Tot slot werden de zogenaamde reeksvormers, d.w.z. doorzichtige samenstellingen met hetzelfde eerste of tweede lid, sterk gereduceerd.

Het gaat om onder meer samenstellingen met als eerste leden bank-, bedrijf-, door-, levens-, moslim-, partij-, politie-, scheeps-, slot-, vis- en als laatste -fabrikant, -systeem. Door die operatie konden ca. 15.000 uit spellingoogpunt overbodige, want niet-problematische trefwoorden uit de editie van 1995 worden geschrapt en konden vele nieuwe woorden en vooral in spellingopzicht moeilijke woorden en woordvormen worden toegevoegd.

Weergave van de trefwoorden en woordvormen

Het trefwoord (zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, bijwoord, voorzetsel, telwoord, afkorting etc.) wordt in het vet met afbreekpunten gegeven en wordt gevolgd door een komma.

Woordgroepen zijn onder het hoofdwoord gealfabetiseerd volgens het volgende principe: alfabetisch op het eerste zelfstandig naamwoord, of, indien dat niet aanwezig is, op het eerste bijvoeglijk naamwoord, of, indien dat niet aanwezig is, op het eerste werkwoord.Woordgroepen worden dus in principe niet alfabetisch opgenomen op de eerste letter van de groep. Uitzonderingen hierop zijn: vreemdtalige woordgroepen (low profile), woordgroepen waarvan het eerste woord direct het eerste zelfstandig naamwoord dan wel het eerste bijvoeglijk naamwoord dan wel het eerste werkwoord is (stommetje spelen) en namen van personen, plaatsen, gebeurtenissen etc. (Magere Hein, Den Haag, Franse Revolutie).

Ook zijn sommige woordgroepen op het eerste woord gealfabetiseerd, indien geen van de drie genoemde woordsoorten erin voorkomen, of indien het gaat om woordgroepen die als één woord kunnen worden ervaren, en het dus in de rede ligt dat men deze op de eerste letter opzoekt (van tevoren, nogal wiedes, christene zielen, onverrichter zake).Woordgroepen worden gealfabetiseerd en voorgesteld als tijde: te allen tijde.

Wat de alfabetisering van de trefwoorden aangaat, werden de volgende principes gehanteerd:

1. Spaties, streepjes, slashes en andere speciale tekens worden genegeerd, zoals bij a capella en m/s.

2. Cijfers of speciale tekens gaan vooraf aan letters. Zo staat 1 aprilgrap in een lijst die voorafgaat aan de A, staan A4-formaat en A4'tje direct onder a en voorafgaand aan aagje, en B-52-bommenwerper direct voor BA.

3. Hoofdletters gaan voor kleine letters. Zo gaat Apocalyps vooraf aan apocalyps, en gaat B vooraf aan b. (In de gedrukte editie is het andersom.)

4. Woordgroepen die onder het hoofdwoord staan, worden, als het hoofdwoord ook als zelfstandige ingang voorkomt, direct daaronder geplaatst. Zo staat tijd: te bekwamer tijd direct onder tijd, en minne: in der minne schikken direct onder minne.

Indien het trefwoord met daarin een trema op verschillende manieren kan worden afgebroken, zoals in ruïne, worden de mogelijkheden als volgt weergegeven: ruïne [ruï·ne, ru·ine]. Dat principe is ook gehanteerd bij de weergave van de flexievormen (onder meer meervoud, voltooid deelwoord) die op het trefwoord volgen. Een voorbeeld: am·fi·bie, amfibieën [am·fi·bie·en].

Homoniemen worden van elkaar onderscheiden door superscripten, bijv. bot1, bot2, bot3, bot4, zeven1, zeven2, zeven3.

Na het trefwoord kan een beknopte betekenisaanduiding volgen, die aangeeft bij welke betekenis van een woord welke spelling hoort. Die aanduiding wordt in cursieve letters gegeven en staat tussen ronde haakjes. Enkele voorbeelden: alzheimer (ziekte van Alzheimer), AOV (Algemeen Oudedagsvoorzieningsfonds), putten (golfspel), elysisch (gelukzalig).

Indien voor het trefwoord een spel- of vormvariant bestaat, dan wordt naar die variant verwezen door zie ook gevolgd door de spelvariant. Enkele voorbeelden: armoezaaier, zie ook armoedzaaier, bachelormaster, zie ook bama, cyclocrossen, zie ook cyclecrossen, Hindostaan, zie ook Hindoestaan. Dat geldt ook voor samenstellingen met en zonder tussen-s of tussen-en, zoals gelukwens en gelukswens, koerierdienst en koeriersdienst, landnaam en landennaam, rechtsfaculteit en rechtenfaculteit.

In de woordenlijst zijn echter alleen samenstellingen opgenomen die daadwerkelijk in de verschillende bronnen met enige regelmaat werden aangetroffen. Het kan dan ook voorkomen dat bepaalde samenstellingen wel een equivalent hebben met of zonder een tussenletter, terwijl andere dat niet hebben. Vergelijk bijvoorbeeld druggebruik, drugsgebruik en drugkoerier, drugskoerier met drugcontrole, drugsdode, drugslijn.

Afhankelijk van de woordklasse en uitgaande van de selectiecriteria wordt het trefwoord gevolgd door zijn verbogen dan wel vervoegde vormen. Ook wordt bijkomende informatie gegeven.

Informatie bij de trefwoorden

Zelfstandige naamwoorden

Op een zelfstandig naamwoord volgt altijd de genusaanduiding na een woord in het enkelvoud, of de aanduiding mv. indien het trefwoord alleen in de meervoudsvorm is opgenomen zoals bij beheerkosten, ABC-wapens, activa. Het genus wordt aangeduid door 'de', 'de (m.)', 'de (v.)', 'het' of een combinatie daarvan. Het lidwoord 'de' betekent dat het woord én als vrouwelijk én als mannelijk wordt ervaren en gebruikt: waakvlam, waanzinnige; de aanduiding 'de (v.) en het' betekent dat het woord ofwel vrouwelijk is ofwel onzijdig (zoals aha-erlebnis, idee, koliek); een woord dat gemarkeerd is als 'de en het' kan vrouwelijk of mannelijk of onzijdig zijn (liniaal, lorgnet, matras). Bij elk grondwoord worden meervoudsvormen gegeven, bijvoorbeeld mechanisme, mechanismen, mechanismes of ziekte, ziekten, ziektes. De meervoudsvormen worden alfabetisch gegeven; er wordt dus geen uitspraak gedaan voor een voorkeursvorm. Indien het grondwoord geen meervoud heeft, dan wordt er geen extra vorm gegeven: amateurisme, jalousie de métier, janboel, rijst, toerisme, yahtzee.

Bij samengestelde en afgeleide woorden worden alleen meervoudsvormen gegeven die zijn aangetroffen. De woordenlijst heeft immers een beschrijvend karakter en wil niet aangeven wat weliswaar theoretisch mogelijk is, maar niet of nauwelijks door de taalgebruikers wordt gebezigd. Vandaar de lijst analyse, analysen, analyses; arbeidsanalyse; kosten-batenanalyse, kosten-batenanalyses; jaar, jaren; collegejaar, collegejaren; eindexamenjaar; oudejaar.

Behalve meervoudsvormen worden in de lijst ook verkleinwoorden gegeven. Bij nagenoeg alle grondwoorden die een verkleinwoord hebben op -tje, -kje, -pje, -etje wordt dat verkleinwoord gegeven: deeltje, harinkje, darmpje, horretje. Verkleinwoorden op -je worden slechts sporadisch gegeven: kalfje, madeliefje. Tot slot worden bij alle (vooral uitheemse) probleemgevallen de verkleinwoorden gegeven: baksjisje, bavaroistje, behaatje, bh'tje, columnpje, cd-rommetje, flûteje, gsm'etje, pernodje, tunetje, voituurtje.

Zowel de meervouden als de verkleinwoorden worden in hun afgebroken vorm gegeven. Indien de spelling van de afgebroken vorm of van een van de afgebroken vormen afwijkt van die van de niet-afgebroken vorm, o.a. in geval van een trema of van bepaalde verkleinwoorden, worden de afgebroken vormen tussen vierkante haken geplaatst.

Enkele voorbeelden:

ministeriële [mi·nis·te·rië·le, mi·nis·te·ri·ele], fotootje [ fo·to·tje], déjà vuutje [dé·jà vu·tje].

Van de bijvoeglijke naamwoorden wordt behalve de grondvorm ook de verbogen vorm gegeven: hachelijk, hachelijke; kleiig, kleiige; nonchalant, nonchalante; rechts, rechtse; smeuïg, smeuïge. Indien de verbogen vorm gelijk is aan het grondwoord, wordt die vorm niet nogmaals gegeven. Dus benigne, depri, fleece, jaden, gouden, tevreden. Soms worden ook de vergrotende en de overtreffende trap gegeven, vooral waar die vormen vanuit spellingoogpunt problematisch zijn.Wij noemen consequenter, consequentst, insolider, insolieder, insoliedst, loucher, louchest, fletst, genadeloost, tragischt.

Werkwoorden

Van de meeste werkwoorden worden behalve de onbepaalde wijs of infinitief ook de onvoltooid verleden tijd enkelvoud en het voltooid deelwoord gegeven. Het spreekt voor zich dat die vervoegde vormen alleen worden gegeven indien ze ook daadwerkelijk voorkomen (niet bij blokrijden, fietskamperen, boogschieten, donderstenen, eiertikken). Indien de onvoltooid verleden tijd meervoud qua vorm sterk afwijkt van de enkelvoudsvorm, dus in meer dan het toevoegen van de meervoudsuitgang -en, wordt ook die vorm gegeven: reed lek, reden lek, overschreef, overschreven, had tegoed, hadden tegoed. Tot slot is een groot aantal moeilijke werkwoorden voorzien van de eerste persoon en tweede persoon enkelvoud van de onvoltooid tegenwoordige tijd: ik back-up, dart, download, fitnes, sms, jetski, jeu-de-boul, douch en jij e-mailt, mountainbiket, petanquet, sms't, uploadt, updatet.

Overige woordcategorieën

Van de overige woordcategorieën wordt uitsluitend het trefwoord gegeven: ADSL, bij dezen, bismillah, byebye, dixit, heen, oei, onder, sjalom, toentertijd, twee, tuttut, wysiwyg, z.s.m.

De totstandkoming van de Woordenlijst Nederlandse Taal vond plaats onder verantwoordelijkheid van Jeannine Beeken. Zij kon te allen tijde rekenen op de enorme inzet van twee zeer gekwalificeerde redacteuren, Dirk Glandorf en Katrien Van pellicom. Michel Boekestein stond in voor de technische samenstelling van het werk en voor alle computerlinguïstische aspecten ervan. Tot slot wensen we nog een woord van dank uit te spreken aan Heidi Aalbrecht, Griet Depoorter, Dirk Glandorf, Dirk Kinable, Kenny Louwen, Gijs Mulder, Katrien Van pellicom, Bart Roelandts, Veronique Verreycken en Pyter Wagenaar, die verantwoordelijk waren voor de laatste correcties.

prof. dr. Piet van Sterkenburg
directeur Instituut voor Nederlandse Lexicologie
lid Werkgroep Spelling

dr. Jeannine Beeken
projectleider spelling
Instituut voor Nederlandse Lexicologie
coördinator-secretaris Werkgroep Spelling

VoorpaginaLeidraadOmspellerGereedschapSpellingvragenMeer weten over de spelling?