0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst
B (bachelor), ongespecif.
b, de, b's, b'tje
b.d. (buiten dienst), ongespecif.
b.g.g. (bij geen gehoor), ongespecif.
b.v.d. (bij voorbaat dank), ongespecif.
B–52 [B–52], de[m.]
B–52–bommenwerper [B–52–bom·men·wer·per], de[m.], B–52–bommenwerpers [B–52–bom·men·wer·pers]
BA (bachelor of arts), ongespecif.
baadje [baad·je], het, baadjes [baad·jes]
baadster [baad·ster], de[v.], baadsters [baad·sters]
baai1 (weefsel), de[m.] en het
baai2 (zeearm), de, baaien [baai·en], baaitje [baai·tje]
baai3 (tabak, wijn), de[m.]
baaien [baai·en], bnw.
baaierd [baai·erd], de[m.]
baaitabak [baai·ta·bak], de[m.]
baak, de, baken [ba·ken], zie ook baken
baakgeld [baak·geld], het, baakgelden [baak·gel·den], zie ook bakengeld
baakmeester [baak·mees·ter], de[m.], baakmeesters [baak·mees·ters], zie ook bakenmeester
baal, de, balen [ba·len], baaltje [baal·tje]
Voorpagina – Leidraad – Omspeller – Gereedschap – Spellingvragen – Meer weten over de spelling?