Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

21 - 40 uit 7983

Baäl [Ba·al] (godheid), eigennaam
baäl [ba·al] (afgod), de[m.]
baaldag [baal·dag], de[m.], baaldagen [baal·da·gen]
baalkatoen [baal·ka·toen], het
baan, de, banen [ba·nen], baantje [baan·tje]
baanatletiek [baan·at·le·tiek], de[v.]
baanbed [baan·bed], het, baanbedden [baan·bed·den]
baanbrekend [baan·bre·kend], bnw., baanbrekende [baan·bre·ken·de]
baanbreker [baan·bre·ker], de[m.], baanbrekers [baan·bre·kers]
baancafé [baan·ca·fé], het, baancafés [baan·ca·fés], baancafeetje [baan·ca·fé·tje]
baancommissaris [baan·com·mis·sa·ris], de[m.], baancommissarissen [baan·com·mis·sa·ris·sen]
baanderen [baan·de·ren], ww., baanderde [baan·der·de], gebaanderd [ge·baan·derd]
baanderheer [baan·der·heer], de[m.], baanderheren [baan·der·he·ren]
baanloos [baan·loos], bnw., baanloze [baan·lo·ze]
baanloze [baan·lo·ze], de, baanlozen [baan·lo·zen]
baanrecord [baan·re·cord], het, baanrecords [baan·re·cords]
baanrenner [baan·ren·ner], de[m.], baanrenners [baan·ren·ners]
baanschuiver [baan·schui·ver], de[m.], baanschuivers [baan·schui·vers]
baansport [baan·sport], de, baansporten [baan·spor·ten]
baantjerijden [baan·tje·rij·den], ww.

VoorpaginaLeidraadOmspellerGereedschapSpellingvragenMeer weten over de spelling?