0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst
d, de, d's, d'tje
d.d. (de dato), ongespecif.
daad, de, daden [da·den]
daadkracht [daad·kracht], de
daadkrachtig [daad·krach·tig], bnw., daadkrachtige [daad·krach·ti·ge]
daadwerkelijk [daad·wer·ke·lijk], bnw., daadwerkelijke [daad·wer·ke·lij·ke]
daags, bnw., daagse [daag·se]
daalder [daal·der], de[m.], daalders [daal·ders], daaldertje [daal·der·tje]
daalsnelheid [daal·snel·heid], de[v.]
daar, bijw.
daaraan [daar·aan], bijw.
daaraanvolgend [daar·aan·vol·gend], bnw., daaraanvolgende [daar·aan·vol·gen·de]
daarachter [daar·ach·ter], bijw.
daaraf [daar·af], bijw.
daarbeneden [daar·be·ne·den], bijw.
daarbij [daar·bij], bijw.
daarbij behorend [daar·bij be·ho·rend], bnw., daarbij behorend [daar·bij be·ho·ren·de]
daarbinnen [daar·bin·nen], bijw.
daarboven [daar·bo·ven], bijw.
daarbovenop [daar·bo·ven·op], bijw.
Voorpagina – Leidraad – Omspeller – Gereedschap – Spellingvragen – Meer weten over de spelling?