Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling 2005

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z

1 - 20 uit 4657

d d, de, d's , d's, d'tje , d'tje
d.d. d.d., (de dato), ongespecif.
daad daad, de, daden , da·den
daadkracht daad·kracht, de
daadkrachtig daad·krach·tig, bnw., daadkrachtige , daad·krach·ti·ge
daadwerkelijk daad·wer·ke·lijk, bnw., daadwerkelijke , daad·wer·ke·lij·ke
daags daags, bnw., daagse , daag·se
daalder daal·der, de[m.], daalders , daal·ders, daaldertje , daal·der·tje
daalsnelheid daal·snel·heid, de[v.]
daar daar, bijw.
daaraan daar·aan, bijw.
daaraanvolgend daar·aan·vol·gend, bnw., daaraanvolgende , daar·aan·vol·gen·de
daarachter daar·ach·ter, bijw.
daaraf daar·af, bijw.
daarbeneden daar·be·ne·den, bijw.
daarbij daar·bij, bijw.
daarbij behorend daar·bij be·ho·rend, bnw., daarbij behorende , daar·bij be·ho·ren·de
daarbinnen daar·bin·nen, bijw.
daarboven daar·bo·ven, bijw.
daarbovenop daar·bo·ven·op, bijw.

Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?

Nederlandse Taalunie