Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling 2005

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z

21 - 40 uit 2315

ebonieten ebo·nie·ten, bnw.
e–book e–book, het, e–books , e–books, zie ook e-boek
ebstroom eb·stroom, de[m.], ebstromen , eb·stro·men
ebullioscoop ebul·lio·scoop, de[m.], ebullioscopen , ebul·lio·sco·pen
e–card e–card, de, e–cards , e–cards, zie ook e-kaart
ecarté ecar·té, het
ecarteren ecar·te·ren, ww., ecarteerde , ecar·teer·de, geëcarteerd [geecarteerd] , geëcarteerd [ge·ecar·teerd]
ecclesia ec·cle·sia, de
ecclesiastisch ec·cle·si·as·tisch, bnw., ecclesiastische , ec·cle·si·as·ti·sche
ecg ecg, (elektrocardiogram), het, ecg's , ecg's
echappement echap·pe·ment, het, echappementen , echap·pe·men·ten
échéance éché·an·ce, de[v.], échéances , éché·an·ces
echec echec, het, echecs , echecs
echel echel, de[m.], echels , echels, echeltje , echel·tje
echelon eche·lon, de[m.], echelons , eche·lons
echelonneren eche·lon·ne·ren, ww., echelonneerde , eche·lon·neer·de, geëchelonneerd [geechelonneerd] , geëchelonneerd [ge·eche·lon·neerd]
echo echo, de[m.], echo's , echo's, echootje [echotje] , echootje [echo·tje]
echoën [echoen] echoën [echo·en], ww., echode , echo·de, geëchood [geechood] , geëchood [ge·echood]
echografie echo·gra·fie, de[v.], echografieën [echografieen] , echografieën [echo·gra·fie·en]
echografisch echo·gra·fisch, bnw., echografische , echo·gra·fi·sche

Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?

Nederlandse Taalunie