Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling 2005

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z

1 - 20 uit 5265

g g, de, g's , g's, g'tje , g'tje
gaaf1 gaaf1, de, gaven , ga·ven, zie ook gave
gaaf2 gaaf2, bnw., gave , ga·ve, gaver , ga·ver, gaafst , gaafst
gaafheid gaaf·heid, de[v.]
gaai gaai, de[m.], gaaien , gaai·en, gaaitje , gaai·tje
gaaibolder gaai·bol·der, de[m.], gaaibolders , gaai·bol·ders
gaaibollen gaai·bol·len, ww.
gaaibolling gaai·bol·ling, de[v.], gaaibollingen , gaai·bol·lin·gen
gaaipers gaai·pers, de, gaaipersen , gaai·per·sen
gaaischieten gaai·schie·ten, ww.
gaaischieter gaai·schie·ter, de[m.], gaaischieters , gaai·schie·ters
gaaischieting gaai·schie·ting, de[v.], gaaischietingen , gaai·schie·tin·gen
gaal gaal, de, galen , ga·len, gaaltje , gaal·tje
gaan gaan, ww., ging , ging, gegaan , ge·gaan
gaande gaan·de, bnw.
gaanderij gaan·de·rij, de[v.], gaanderijen , gaan·de·rij·en
gaandeweg gaan·de·weg, bijw.
gaap gaap, de[m.], gapen , ga·pen
gaar gaar, bnw., gare , ga·re, gaarder , gaar·der, gaarst , gaarst
gaard gaard, de[m.], gaarden , gaar·den

Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?

Nederlandse Taalunie