Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling 2005

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z

1 - 20 uit 4245

h h, de, h's , h's, h'tje , h'tje
H.K.H. H.K.H., (Hare Koninklijke Hoogheid), ongespecif.
ha ha, ongespecif.
haaf haaf, de, haven , ha·ven
haag haag, de, hagen , ha·gen
Den Haag Den Haag, eigenn., zie ook 's-Gravenhage
haagbeuk haag·beuk, de[m.], haagbeuken , haag·beu·ken
haagbos haag·bos, het, haagbossen , haag·bos·sen
haagdoorn, haagdoren haag·doorn, haag·do·ren, de[m.], haagdoorns, haagdorens , haag·doorns, haag·do·rens, zie ook hagendoorn, hagendoren
haageik haag·eik, de[m.], haageiken , haag·ei·ken
haagroos haag·roos, de, haagrozen , haag·ro·zen, zie ook hagenroos
Haags Haags, bnw., Haagse , Haag·se
haagschaar haag·schaar, de, haagscharen , haag·scha·ren
haagschool houden haag·school hou·den, uitdr.
Haagse Haag·se, de[v.]
Haagse bluf Haag·se bluf, de[m.]
Haagse hopjes Haag·se hop·jes, mv.
haagspel haag·spel, het, haagspelen , haag·spe·len
haagwinde haag·win·de, de, haagwinden, haagwindes , haag·win·den, haag·win·des
haai haai, de[m.], haaien , haai·en, haaitje , haai·tje

Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?

Nederlandse Taalunie