Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

1 - 20 uit 4245

h, de, h's, h'tje
H.K.H. (Hare Koninklijke Hoogheid), ongespecif.
ha, ongespecif.
haaf, de, haven [ha·ven]
haag, de, hagen [ha·gen]
haagbeuk [haag·beuk], de[m.], haagbeuken [haag·beu·ken]
haagbos [haag·bos], het, haagbossen [haag·bos·sen]
haagdoorn [haag·doorn], haagdoren [haag·do·ren], de[m.], haagdoorns [haag·doorns], haagdorens [haag·do·rens], zie ook hagendoorn, hagendoren
haageik [haag·eik], de[m.], haageiken [haag·ei·ken]
haagroos [haag·roos], de, haagrozen [haag·ro·zen], zie ook hagenroos
Haags, bnw., Haagse [Haag·se]
haagschaar [haag·schaar], de, haagscharen [haag·scha·ren]
haagschool houden [haag·school hou·den], uitdr.
Haagse [Haag·se], de[v.]
Haagse bluf [Haag·se bluf], de[m.]
Haagse hopjes [Haag·se hop·jes], mv.
haagspel [haag·spel], het, haagspelen [haag·spe·len]
haagwinde [haag·win·de], de, haagwinden [haag·win·den], haagwindes [haag·win·des]
haai, de[m.], haaien [haai·en], haaitje [haai·tje]
haaibaai [haai·baai], de[v.], haaibaaien [haai·baai·en]

VoorpaginaLeidraadOmspellerGereedschapSpellingvragenMeer weten over de spelling?