Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

21 - 40 uit 815

jaarfeest [jaar·feest], het, jaarfeesten [jaar·fees·ten]
jaargang [jaar·gang], de[m.], jaargangen [jaar·gan·gen]
jaargeld [jaar·geld], het, jaargelden [jaar·gel·den]
jaargemiddelde [jaar·ge·mid·del·de], het, jaargemiddelden [jaar·ge·mid·del·den], jaargemiddeldes [jaar·ge·mid·del·des]
jaargenoot [jaar·ge·noot], de[m.], jaargenoten [jaar·ge·no·ten]
jaargenote [jaar·ge·no·te], de[v.], jaargenoten [jaar·ge·no·ten], jaargenotes [jaar·ge·no·tes]
jaargetij [jaar·ge·tij], jaargetijde [jaar·ge·tij·de], het, jaargetijden [jaar·ge·tij·den]
jaarinkomen [jaar·in·ko·men], het, jaarinkomens [jaar·in·ko·mens]
jaarinkomsten [jaar·in·kom·sten], mv.
jaarkaart [jaar·kaart], de, jaarkaarten [jaar·kaar·ten]
jaarkalender [jaar·ka·len·der], de[m.], jaarkalenders [jaar·ka·len·ders]
jaarklas [jaar·klas], jaarklasse [jaar·klas·se], de[v.], jaarklassen [jaar·klas·sen]
jaarklassensysteem [jaar·klas·sen·sys·teem], het
jaarkring [jaar·kring], de[m.], jaarkringen [jaar·krin·gen]
jaarlijks [jaar·lijks], bnw., jaarlijkse [jaar·lijk·se]
jaarling [jaar·ling], de[m.], jaarlingen [jaar·lin·gen]
jaarloon [jaar·loon], het, jaarlonen [jaar·lo·nen]
jaarmarkt [jaar·markt], de, jaarmarkten [jaar·mark·ten]
jaaromzet [jaar·om·zet], de[m.], jaaromzetten [jaar·om·zet·ten]
jaaropgaaf [jaar·op·gaaf], jaaropgave [jaar·op·ga·ve], de, jaaropgaven [jaar·op·ga·ven]

VoorpaginaLeidraadOmspellerGereedschapSpellingvragenMeer weten over de spelling?