0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst
k, de, k's, k'tje
K2–top, de[m.]
ka1 (bazige vrouw), de[v.], ka's
ka2 (andere betekenissen), de, kaden [ka·den], zie ook kaai, kade
kaag, de, kagen [ka·gen]
kaai, de, kaaien [kaai·en], kaaitje [kaai·tje], zie ook ka2, kade
kaaien [kaai·en], ww., kaaide [kaai·de], gekaaid [ge·kaaid]
kaaiman [kaai·man], de[m.], kaaimannen [kaai·man·nen], kaaimans [kaai·mans]
kaaimuur [kaai·muur], de[m.], kaaimuren [kaai·mu·ren], zie ook kademuur
kaak, de, kaken [ka·ken]
kaakbeen [kaak·been], het, kaakbeenderen [kaak·been·de·ren], kaakbenen [kaak·be·nen], zie ook kaaksbeen, kakebeen
kaakchirurg [kaak·chi·rurg], de[m.], kaakchirurgen [kaak·chi·rur·gen]
kaakchirurgie [kaak·chi·rur·gie], de[v.]
kaakfractuur [kaak·frac·tuur], de[v.], kaakfracturen [kaak·frac·tu·ren]
kaakgewricht [kaak·ge·wricht], het, kaakgewrichten [kaak·ge·wrich·ten]
kaakholte [kaak·hol·te], de[v.], kaakholten [kaak·hol·ten], kaakholtes [kaak·hol·tes]
kaakholteontsteking [kaak·hol·te·ont·ste·king], de[v.], kaakholteontstekingen [kaak·hol·te·ont·ste·kin·gen]
kaakje [kaak·je], het, kaakjes [kaak·jes]
kaakklem [kaak·klem], de, kaakklemmen [kaak·klem·men]
kaakkramp [kaak·kramp], de
Voorpagina – Leidraad – Omspeller – Gereedschap – Spellingvragen – Meer weten over de spelling?