0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z
M, (master), ongespecif., zie ook MA
m, de, m'en, m's, m'etje
m.a.w., (met andere woorden), ongespecif.
m.m., (mutatis mutandis), ongespecif.
m/s, (meter per seconde), ongespecif.
MA, (master of arts), ongespecif., zie ook M
ma, de[v.], ma's, maatje [ma·tje]
maag, de, ma·gen
maag·aan·doe·ning, de[v.], maag·aan·doe·nin·gen
maag·bloe·ding, de[v.], maag·bloe·din·gen
Maagd, (Maria, sterrenbeeld), eigenn.
maagd, (maagdelijk persoon), de[v.], maag·den
maag–darm·ca·tar·re, de
maag–darm·ka·naal, het, maag–darm·ka·na·len
maag–darm·klach·ten, mv.
maag·de·ke, maag·de·ken, het, maag·de·kes, maag·de·kens
maag·de·lijk, bnw., maag·de·lij·ke
maag·de·lijk·heid, de[v.]
Maag·den·ei·lan·den, eigenn.
maag·den·ho·nig, maag·den·ho·ning, de[m.]
Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?