Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Tip: kijk voor taaladvies op Taaladvies.net.
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

61 - 80 uit 4665

maaien [maai·en], ww., maaide [maai·de], gemaaid [ge·maaid]
maaier [maai·er], de[m.], maaiers [maai·ers]
maaimachine [maai·ma·chi·ne], de[v.], maaimachines [maai·ma·chi·nes]
maaisel [maai·sel], het
maaitijd [maai·tijd], de[m.], maaitijden [maai·tij·den]
maaiveld [maai·veld], het
maaiveldhoogte [maai·veld·hoog·te], de[v.]
maak: in de maak [in de maak], uitdr.
maakbaar [maak·baar], bnw., maakbare [maak·ba·re]
maakbaarheid [maak·baar·heid], de[v.]
maakkans [maak·kans], de
maakloon [maak·loon], het, maaklonen [maak·lo·nen]
maaksel [maak·sel], het, maaksels [maak·sels]
maakster [maak·ster], de[v.], maaksters [maak·sters]
maakwerk [maak·werk], het
maal1 (zak), de, malen [ma·len], maaltje [maal·tje]
maal2 (keer), de en het, malen [ma·len]
maal3 (maaltijd), het, malen [ma·len], maaltje [maal·tje]
maalderij [maal·de·rij], de[v.], maalderijen [maal·de·rij·en]
maalsel [maal·sel], het, maalsels [maal·sels]

VoorpaginaLeidraadOmspellerGereedschapSpellingvragenMeer weten over de spelling?