0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst
paalzitten [paal·zit·ten], ww.
paan, de[m.], panen [pa·nen], paantje [paan·tje]
paander [paan·der], de[m.], paanders [paan·ders], paandertje [paan·der·tje]
paap, de[m.], papen [pa·pen]
paapje [paap·je], het, paapjes [paap·jes]
paaps, bnw., paapse [paap·se]
paapsgezind [paaps·ge·zind], bnw., paapsgezinde [paaps·ge·zin·de]
paar1, het, paren [pa·ren], paartje [paar·tje]
paar2, bnw., pare [pa·re]
paard, het, paarden [paar·den]
paardenarts [paar·den·arts], de[m.], paardenartsen [paar·den·art·sen]
paardenbek [paar·den·bek], de[m.], paardenbekken [paar·den·bek·ken]
paardenbeslag [paar·den·be·slag], het
paardenbiefstuk [paar·den·bief·stuk], de[m.], paardenbiefstukken [paar·den·bief·stuk·ken]
paardenbloem [paar·den·bloem], de, paardenbloemen [paar·den·bloe·men]
paardenbrood [paar·den·brood], het, paardenbroden [paar·den·bro·den]
paardendek [paar·den·dek], het, paardendekken [paar·den·dek·ken]
paardendeken [paar·den·de·ken], de, paardendekens [paar·den·de·kens]
paardendief [paar·den·dief], de[m.], paardendieven [paar·den·die·ven]
paardendistel [paar·den·dis·tel], de, paardendistels [paar·den·dis·tels]
Voorpagina – Leidraad – Omspeller – Gereedschap – Spellingvragen – Meer weten over de spelling?