Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling 2005

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z

21 - 40 uit 6041

paalzitten paal·zit·ten, ww.
paan paan, de[m.], panen , pa·nen, paantje , paan·tje
paander paan·der, de[m.], paanders , paan·ders, paandertje , paan·der·tje
paap paap, de[m.], papen , pa·pen
paapje paap·je, het, paapjes , paap·jes
paaps paaps, bnw., paapse , paap·se
paapsgezind paaps·ge·zind, bnw., paapsgezinde , paaps·ge·zin·de
paar1 paar1, het, paren , pa·ren, paartje , paar·tje
paar2 paar2, bnw., pare , pa·re
paard paard, het, paarden , paar·den
paardenarts paar·den·arts, de[m.], paardenartsen , paar·den·art·sen
paardenbek paar·den·bek, de[m.], paardenbekken , paar·den·bek·ken
paardenbeslag paar·den·be·slag, het
paardenbiefstuk paar·den·bief·stuk, de[m.], paardenbiefstukken , paar·den·bief·stuk·ken
paardenbloem paar·den·bloem, de, paardenbloemen , paar·den·bloe·men
paardenbrood paar·den·brood, het, paardenbroden , paar·den·bro·den
paardendek paar·den·dek, het, paardendekken , paar·den·dek·ken
paardendeken paar·den·de·ken, de, paardendekens , paar·den·de·kens
paardendief paar·den·dief, de[m.], paardendieven , paar·den·die·ven
paardendistel paar·den·dis·tel, de, paardendistels , paar·den·dis·tels

Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?

Nederlandse Taalunie