Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

1 - 20 uit 9851

s, de, s'en, s's, s'je
s'il vous plaît,
s.v.p. (s'il vous plaît),
sa,
saai1, de[m.] en het
saai2, bnw., saaie, saaier [saai·er], saaist
saaien [saai·en], bnw.
saaiheid [saai·heid], de[v.]
saalien [saa·lien], het
saam, bijw., zie ook samen
saamhorig [saam·ho·rig], bnw., saamhorige [saam·ho·ri·ge]
saamhorigheid [saam·ho·rig·heid], de[v.], zie ook samenhorigheid
saamhorigheidsgevoel [saam·ho·rig·heids·ge·voel], het, saamhorigheidsgevoelens [saam·ho·rig·heids·ge·voe·lens]
saampjes [saam·pjes], bijw.
Saba [Sa·ba], eigennaam
Sabaan [Sa·baan], de[m.], Sabanen [Sa·ba·nen]
Sabaans [Sa·baans], bnw., Sabaanse [Sa·baan·se]
Sabaanse [Sa·baan·se], de[v.], Sabaansen [Sa·baan·sen]
sabayon [sa·ba·yon], de[m.], zie ook zabaglione, zabaione
sabbat [sab·bat], de[m.], sabbatten [sab·bat·ten], zie ook sjabbat, sjabbes

VoorpaginaLeidraadOmspellerGereedschapSpellingvragenMeer weten over de spelling?