Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

61 - 80 uit 1125

uit·be·ste·den, ww., be·steed·de uit, uit·be·steed
uit·be·ste·ding, de[v.]
uit·be·ta·len, ww., be·taal·de uit, uit·be·taald
uit·be·ta·ling, de[v.], uit·be·ta·lin·gen
uit·bij·ten1 (vrijmaken door het hakken van bijten), ww., bijt·te uit, uit·ge·bijt
uit·bij·ten2 (andere bett.), ww., beet uit, be·ten uit, uit·ge·be·ten
uit·bla·zen, ww., blies uit, blie·zen uit, uit·ge·bla·zen
uit·blij·ven, ww., bleef uit, ble·ven uit, uit·ge·ble·ven
uit·blin·ken, ww., blonk uit, uit·ge·blon·ken
uit·blin·ker, de[m.], uit·blin·kers
uit·blink·ster, de[v.], uit·blink·sters
uit·bloei·en, ww., bloei·de uit, uit·ge·bloeid
uit·blus·sen, ww., blus·te uit, uit·ge·blust
uit·blut·sen, ww., bluts·te uit, uit·ge·blutst
uit·boe·ten, ww., boet·te uit, uit·ge·boet
uit·bol·len, ww., bol·de uit, uit·ge·bold
uit·bo·ren, ww., boor·de uit, uit·ge·boord
uit·bor·ste·len, ww., bor·stel·de uit, uit·ge·bor·steld
uit·bot·ten, ww., bot·te uit, uit·ge·bot
uit·bouw, de[m.], uit·bou·wen

Meer weten over de spelling?

Nederlandse Taalunie