Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Woordenlijst Nederlandse Taal - Officiële Spelling

U bent hier: taalunieversum » woordenlijst
Zoek naar in de       Zoekgereedschap
Woordenlijst - alfabetisch

0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z | Inrichting van de Woordenlijst | Erratalijst

81 - 100 uit 1125

uit·bou·wen, ww., bouw·de uit, uit·ge·bouwd
uit·bouw·sel, het, uit·bouw·sels
uit·braak, de
uit·braak·po·ging, de[v.], uit·braak·po·gin·gen
uit·braak·sel, het
uit·bra·den, ww., braad·de uit, uit·ge·bra·den
uit·bra·ken, ww., braak·te uit, uit·ge·braakt
uit·bran·den, ww., brand·de uit, uit·ge·brand
uit·bran·der, de[m.], uit·bran·ders
uit·brei·den, ww., breid·de uit, uit·ge·breid
uit·brei·ding, de[v.], uit·brei·din·gen
uit·brei·dings·mo·ge·lijk·heid, de[v.], uit·brei·dings·mo·ge·lijk·he·den
uit·brei·dings·plan, het, uit·brei·dings·plan·nen
uit·brei·dings·werk·zaam·he·den, mv.
uit·brei·dings·wijk, de, uit·brei·dings·wij·ken
uit·bre·ken, ww., brak uit, uit·ge·bro·ken
uit·bre·ker, de[m.], uit·bre·kers
uit·bren·gen, ww., bracht uit, uit·ge·bracht
uit·broe·den, ww., broed·de uit, uit·ge·broed
uit·broed·sel, het, uit·broed·sels

Meer weten over de spelling?

Nederlandse Taalunie