0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z
v, de, v's, v'tje
v.C., v.Chr., (voor Christus), ongespecif.
v.d., (van de), ongespecif.
v.h., (voorheen, van het), ongespecif.
v.l.n.r., (van links naar rechts), ongespecif.
v.r.n.l., (van rechts naar links), ongespecif.
V1–bom, de, V1–bom·men
va, de[m.]
vaag, bnw., va·ge, va·ger, vaagst
vaag·doe·ne·rij, de[v.]
vaag·heid, de[v.], vaag·he·den
vaag·jes, bijw.
vaag·lijk, bijw., zie ook vagelijk
vaag·weg, bijw.
vaak1, de[m.]
vaak2, bnw., va·ke, va·ker, vaakst
vaak·lui·zen heb·ben, uitdr.
vaal, bnw., va·le, va·ler, vaalst
vaal·blauw, bnw., vaal·blau·we
vaal·bleek, bnw., vaal·ble·ke
Meer weten over de actualisering van de woordenlijst?